|
|
| Ons werk gaat nu vruchten afwerpen |
|
De eerste verdachte zal maandag 26 januari bij het Internationaal Strafhof in Den Haag voor de rechter verschijnen. Het gaat om een Congolees die onder meer verdacht wordt van het ronselen en inzetten van kindsoldaten. Zes jaar geleden werd het Hof opgericht. De vraag is dus waarom het zo lang heeft moeten duren. De ambitieuze hoofdaanklager, de Argentijn Luis Moreno Ocampo, had graag allang een stoet verdachten naar Den Haag willen halen. Maar hij mag alleen vervolgen als de nationale staten het laten afweten. En dan alleen nog maar voor de ernstigste vergrijpen, zoals genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Moeizame zoektocht De belangrijkste reden waarom de eerste echte zitting zo lang op zich heeft laten wachten is de moeizame zoektocht naar bewijzen. Als de aanklager niet heel zeker is dat hij een zaak heeft, zal hij niet snel de hele machinerie van het Hof op gang brengen. De misdrijven zijn vrijwel altijd gepleegd in een onoverzichtelijke oorlogsituatie, slachtoffers durven vaak niet te getuigen. En als ze dat wel willen, weten vaak niet bij wie ze hun verhaal kwijt kunnen. Als ze al weten dat er in het verre Den Haag een VN-Hof is dat zich bekommert om hun leed.
In een interview met NOS Nieuws zegt Luis Moreno Ocampo: "We moeten achter honderden misdaden aan, maar we willen alleen de hoofdverantwoordelijken, de leiders. Dat is erg gecompliceerd. Maar het wordt interessant nu ons werk vruchten gaat afwerpen." Hij ziet het als een nieuwe fase in het bestaan van het Hof. Tot nu toe waren we ons aan het voorbereiden, nu komt het echte werk. Toen het Internationaal Strafhof in 2002 begon, vertelt hij, had hij een kantoorgebouw met zeven lege verdiepingen. Nu zitten daar bij elkaar 300 mensen te werken uit 70 verschillende landen. Hij doet het voor de slachtoffers, zegt hij, Dat is zijn drijfveer. "Het zijn fascinerende en tegelijk uiterst gecompliceerde processen. Maar het is zulk dankbaar werk, en dat laten de slachtoffers ook altijd merken, als er een verdachte wordt vervolgd onder zie te lijden hebben gehad." Problemen De lange aanlooptijd toont al dat het niet simpel is om een verdachte voor het Hof te krijgen. Wat de problemen precies zijn, wil hij niet kwijt. "Vandaag is er een probleem, dat lossen we op. Morgen zijn er twee, ook die lossen we op." Wat betreft de veroordeling van de vier verdachten die nu in de cel van het Hof zitten, is hij vol vertrouwen. Zijn medewerkers hebben de zaak goed uitgezocht en hij zal het als hoofdaanklager zeker tot een goed einde brengen. Conflicten in Congo Voorlopig zitten er nog maar vier verdachten in de Haagse cel. Allen Congolezen, die een hoofdrol hebben gespeeld in een van de vele bloedige binnenlandse conflicten in Congo. Thomas Lubanga, hij is maandag als eerste aan de beurt, beschuldigd van massamoord en het ronselen van kindsoldaten. Germain Katanga, rebellenleider en verdacht van een lange reeks oorlogsmisdaden zoals systematische verkrachting en moord. Mathieu Ngudjolo, eveneens verdacht van een lange lijst gruwelijkheden. En tenslotte, zakenman en oud-vice president van Congo Pierre Bemba, die leiding zou hebben gegeven aan grootschalige verkrachting en foltering. Ook de Soedanese president Omar al-Bashir heeft een dagvaarding ontvangen. Hij wordt verantwoordelijk gehouden voor de honderdduizenden burgerdoden die er de afgelopen jaren in Darfur, een provincie van Soedan vielen. Zwakke plekken Maar de kans dat hij ooit kan worden opgepakt en in Den Haag terecht zal staan, is miniem. En daarmee is meteen een van de zwakke plekken van het Hof blootgelegd. Hieronder een uitgebreid interview met de Leidse hoogleraar Volkenrecht Nico Schrijver over dit en andere aspecten van het Internationaal Strafhof.
|
