|
|
| Germain Katanga |
|
Germain Katanga (28 april 1978),ook bekend als Simba,is een voormalig leider van de Patriottische Resistance Force in Ituri (FRPI).Op 17 oktober 2007, hebben de Congolese autoriteiten overgedragen aan het Internationaal Strafhof (ICC) om terecht te staan voor zes aanklachten voor het begaan van oorlogsmisdaden en drie aanklachten voor misdaden tegen de menselijkheid. Ook wordt hij aangeklaagd voor moord, seksuele slavernij en het gebruik van kinderen onder de leeftijd van vijftien tot actieve deelname aan vijandelijkheden gevechten. Jeugd en gezin Katanga werd geboren op 28 april 1978 in Mambasa, in het noord-oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC). Hij is getrouwd met Denise Katanga en heeft twee kinderen. Patriottische Resistance Force in Ituri In het begin van 2003, werd hij de hoogste commandant van de FRPI, een militie groep die betrokken was bij het conflict in Ituri. Op 24 februari 2003, leidde Katanga naar verluidt een aanval op het dorp Bogoro waar rebellen onder zijn bevel over gingen op een willekeurige “killing spree",Hierbij doden ze ten minste 200 burgers, overlevenden worden gevangen gezet in een kamer vol met lijken, en vrouwen en meisjes worden gedwongen tot seksuele slavernij. Er werd ook beweerd dat Katanga geholpen heeft bij het leiden van andere misdrijven, waaronder de slachting van meer dan 1.200 burgers in een aanval op Nyakunde Ziekenhuis in september 2002. Op 11 december 2004, werd Katanga een van de zes voormalige militie leiders in de DRC leger als onderdeel van een vredesproces benoemd tot generaal. Hij werd begin maart 2005 gearresteerd door de Congolese autoriteiten in verband met de moord op negen leden van de VN-vredesmacht in Ituri op 25 februari 2005. Hij werd vastgezet zonder aanklacht tot zijn overplaatsing naar het Internationaal Strafhof in oktober 2007. Op 1 november 2005 werd door een lid van de VN-Veiligheidsraad een bevriezing van activa van Katanga en een een reisverbod voor hem opgelegd voor het overtreden van een wapenembargo. Internationaal Strafhof procedure Op 2 juli 2007, besloot een groep van aanklagers van het ICC dat er genoeg bewijs was om Katanga aan te klagen voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid die hij heeft begaan tijdens de Bogoro aanval, en vaardigden hiermee een arrestatiebevel tegen hem uit. Hij werd aangeklaagd op 6 punten van oorlogsmisdaden (opzettelijk doden; onmenselijke behandeling of wrede behandeling, het gebruik van kinderen onder de leeftijd van vijftien jaar in gewapende conflicten, seksuele slavernij, opzettelijk aanvallen van burgers en plundering van bezittingen) en hij kreeg drie aanklachten op “misdaden tegen de menselijkheid”(moord, onmenselijke handelingen en seksuele slavernij). Op 17 oktober 2007, hebben de Congolese autoriteiten hem overgedragen aan het Internationaal Strafhof en hij werd opgesloten in het detentie centrum van het ICC in Den Haag. Katanga was hiermee de tweede persoon die uitgeleverd is aan het ICC sinds de oprichting in 2002. In februari 2008, werd ook een andere verdachte, Mathieu Ngudjolo Chui, overgedragen aan het Internationaal Strafhof hij werd aangeklaagd voor hulp aan de Bogoro aanval, hij en Katanga zullen gezamenlijk worden berecht. De hoorzitting ter bevestiging van de aanklachten tegen hen begon op 27 juni 2008 en eindigde op 11 juli 2008. On 26 September 2008, Pre-Trial Chamber I confirmed some of the charges against Katanga and Ngudjolo and committed them for trial before a Trial Chamber of the Court. Op 26 september 2008, bevestigde de aanklagers een aantal van de beschuldigingen tegen Katanga en Ngudjolo en werden hiermee voor het Hof gedaagd..
|
